In de coronatijd moeten veel mensen thuiswerken, wat leidt tot nieuwe uitdagingen. Thuiswerken kan leiden tot isolatie en veel kwetsbare mensen zitten gedwongen thuis. Hoe gaat de sector sociaal ondernemen hier mee om? In deze serie wordt uitgelicht hoe werknemers van sociale ondernemingen de coronatijd beleven en welke voor- en nadelen thuiswerken met zich meebrengt.

Ik ben Eva Boerma, student European Studies en loop mijn stage bij Social Club Den Haag. In deze serie ga ik op onderzoek bij sociale ondernemers in Den Haag. We beginnen deze serie interviews met Anna Alzate: junior digital marketeer bij The Young Digitals.

The Young Digitals

The Young Digitals is een sociale onderneming die jongeren, die zijn vastgelopen tijdens hun studie of baan, een nieuwe kans geeft op de arbeidsmarkt door ze op te leiden tot digital marketeer. The Young Digitals doet dit door een kosteloze 10-wekelijkse cursus aan te bieden aan deze jongeren. Na deze cursus hebben ze waardevolle werkervaring opgedaan en meer kans op een baan.

Anna werkt sinds 1 januari 2021 bij The Young Digitals. Ze kwam in aanraking met The Young Digitals door een Instagram post over de 10-wekelijkse cursus die The Young Digitals organiseert. Anna wist dat deze cursus binnen haar interesseveld lag, want ze had in het verleden al een studie marketing, communicatie en evenementenorganisatie gedaan, maar niet afgemaakt omdat ze ook aan topsport deed. De cursus van The Young Digitals gaf haar een nieuwe kans; nadat ze de cursus had gevolgd werd ze aangenomen bij The Young Digitals. “Mijn grootste interesse binnen mijn werk is content creëren, dit varieert van social media posts maken tot het schrijven van blogs”.

Bij The Young Digitals beginnen we de dag met een online meeting waar iedereen vertelt wat zijn planning is voor die dag. Verder werk je aan opdrachten, check je je mail en heb je nog meer online meetings met collega’s die ook thuiswerken om de gang van zaken te bespreken. Anna legt uit: “Door het coronarooster kan ik gelukkig 2 keer per week naar kantoor. Op de dagen dat ik naar kantoor ga, zie ik mijn collega’s. Daarbij vind ik het fijn dat ik op kantoor projecten beter met mijn collega’s kan bespreken”.

Op de dagen dat ze niet naar kantoor gaat, werkt Anna thuis of in een kantoortje dat ze zelf huurt. Anna geeft aan dat deze werkruimte haar motiveert, omdat ze voor naar het kantoortje te gaan zich ook moet klaarmaken en op tijd moet zijn. Dit motiveert haar om in haar werkmodus te komen.

Anna vertelt dat het thuiswerken ook voordelen biedt, zoals dat wanneer ze thuiswerkt ze niet met de trein hoeft. Tevens merkt ze dat door de steeds meer digitaliserende wereld, überhaupt veel van het werk in haar branche zich online afspeelt.

Als Anna moest kiezen tussen altijd thuiswerken of elke dag van 9 tot 5 op kantoor, zegt ze dat ze zou kiezen voor een middenweg: “Thuiswerken is fijn en heeft voordelen, maar echte interactie met je collega’s is ook noodzakelijk voor dit werk. Je voelt je beter na sociale interactie en je hebt steun aan elkaar. Dit motiveert weer om beter te werken”.

Het moeilijkst van thuiswerken vindt Anna om pauze te nemen. “Ik merk dat als ik thuiswerk in niet echt een duidelijk pauze moment inplan zoals op kantoor waar we een half uur lunchpauze nemen. Tijdens het thuiswerken schiet dit er meestal bij in en pak je er gewoon tussendoor even een broodje bij”.

Ondanks de coronatijd en dat dit erg moeilijk is voor jongeren, kijkt Anna naar de positieve kant van deze crisis. Ze heeft een baan gevonden en werkt nu vier dagen per week. In deze periode heeft ze gemerkt dat ze veel plezier heeft in het werk dat ze nu doet. Anna legt uit: “Vroeger vond ik het moeilijk om te werken als ik geen houvast had en waren dat juist de momenten waarbij werken en motivatie vinden moeilijk was, nu merk ik doordat ik plezier en houvast heb in mijn baan ik daar juist motivatie uit haal”.

Nieuwsgierig naar meer persoonlijke ervaringen van werknemers in de coronatijd? Volgende keer zijn we terug met een nieuw interview naar de belevenissen van een medewerker van de sociale onderneming Happy Tosti.

In april opende brouwerij De Prael zijn deuren aan het Esperantoplein. De Prael is een sociale onderneming en loopt daar bewust niet mee te koop. Het is vooral een gezellige locatie waar bezoekers producten van hoge kwaliteit kunnen verwachten. Benieuwd naar hoe de eerste maanden na de opening zijn gegaan, en hoe het de nieuwe medewerkers bevalt, spraken we met Tomás, Jimmy en Jan.

Tomás (19 jr) ‘Ik ben een van de eerste werknemers die hier is begonnen. Ik woon zelfstandig via Stichting Anton Constandse, hier vlakbij. Bij een roofvogelbedrijf en een zorgboerderij had ik dagbesteding en dit hield op door mijn verhuizing. Ik heb drie weken naar het behang zitten staren op mijn kamer. Ik wilde ‘iets’ met school doen maar ik had geen idee wat. Mijn begeleider tipte mij over een informatiebijeenkomst bij De Prael, daar ben ik naartoe gegaan en dit heeft goed uitgepakt.’

‘Dat ik nu in de horeca werk is dus bij toeval zo gekomen. Ik ben niet iemand die de drukte opzoekt, die drukke gelegenheden zoals dit zou bezoeken. Ik ga bijvoorbeeld ook niet graag naar verjaardagen. Dat is wel grappig, want het was ook eerst de bedoeling dat ik op kantoor werkzaamheden zou gaan doen. Na een tijdje heb ik 1 dag meegedraaid achter de bar en heb daarna gezegd, ‘mag ik de volgende keer weer’. En sindsdien sta ik in de zaak en dat bevalt me heel goed.’

‘Ik help gasten, ik serveer en ben runner, er is altijd iets te doen. En het fijne is dat het wordt geaccepteerd als je je even niet lekker voelt, als er even teveel prikkels zijn. Ik leer hier veel, ook op sociaal gebied. Ik vond het wel fijn om sociaal te zijn, maar in de praktijk was dat soms wat lastig. Ik heb echt stappen gemaakt en dat hoor ik hier ook vaak. Ik ben van plan om op den duur intern een horecaopleiding te volgen.’

Jimmy (59 jr) leidt ons enthousiast rond in de ruime keuken. “Ik ben broodbakker. Voordat ik werd gevraagd om hier te werken, ben ik 2,5 jaar vrijwilliger geweest bij bakkerij Vlinder. Op mijn leeftijd is het lastig om werk te vinden. Nu heb ik een betaalde baan. Het is wel eens anders geweest maar nu heb ik de boel aardig op de rit. Ik heb het naar mijn zin, ik heb leuke collega’s.”

“Ik bak onder andere taart, pizza’s, stokbroden, hamburgerbroodjes en samen met collega’s heb ik de roti avond bedacht. Dit is een groot succes. Soms komen klanten je bedanken voor het lekkere eten.” Jimmy vraagt of we zin hebben in pizza. .Jazeker hebben we dat. We krijgen een heerlijke pizza tonijn voorgeschoteld. Aanrader!

Jan Koppen is operationeel directeur en heeft al het personeel onder zijn hoede. Op dit moment zijn dat 40 werknemers en komende maand zullen dit er ongeveer 65 zijn. Jan is bij De Prael begonnen als chef-kok en is nog steeds nauw betrokken bij de keuken.

“We zien echt een stijgende lijn in het aantal bezoekers. In het begin kwamen er een hoop nieuwsgierige mensen langs en die bestelden niets. Ze liepen soms wel een kwartier rond, we leken wel een museum” vertelt Jan lachend. “Die museumfase is inmiddels voorbij en de zaak zit nu lekker vol met eters. De ‘bier & pizza avond’ loopt ook als een trein.”

“We staan open voor iedereen die hier wil komen werken en leren. Je hoeft niets te kunnen maar je moet wel wíllen leren. We zijn een erkend leerbedrijf dus je kunt hier ook je opleiding volgen. We werken onder andere samen met de Horeca Academie, en het ROC en het Albeda leveren ook mensen. We stellen met iedereen een persoonlijk plan op. Het is niet de bedoeling dat je hier 10 jaar blijft hangen, het doel is wel dat je doorstroomt naar een andere plek.”

Er staan nog een aantal plannen op stapel. “Over een tijdje hebben we de brouwinstallatie en brouwen we hier diverse Prael bieren. We willen dan graag bier leveren in de stad per boot, dat is natuurlijk een hele gave job om te doen. En de menukaart zal op verzoek van de buurt groener worden, er is veel vraag naar salades.”

Je vindt De Prael aan het Esperantoplein 20.

www.deprael.nl

Winnaar ‘Wie is de meest inspirerende sociaal ondernemer van Den Haag 2018’

“Iedereen verdient een podium. En een volwaardige plek met zijn of haar verhaal, een plek waar we van elkaar kunnen leren. Dat is waar Onzichtbaar Den Haag voor staat” vertelt oprichter Boy Zandbergen.

“Ik gaf les op een opleiding voor Sociaal Werk en vertelde daar verhalen over dakloosheid, over schulden, over verslaving. En toen dacht ik ineens… waarom vertel ík dit, waarom vertellen de oud-cliënten dit niet zelf.”

Boy ging vervolgens met Joost, een oud-cliënt van hem (met een verleden van dak- en thuisloosheid), voor de klas staan om te vertellen hoe het is om dakloos te zijn, schulden te hebben en aan te moeten kloppen bij de hulpverlening. Het authentieke verhaal maakte indruk in de klas en de positieve reacties gaven Boy en Joost energie om hiermee door te gaan en meerdere workshops te ontwikkelen.

Onzichtbaar Den Haag bestaat inmiddels uit een heel team van ervaringsdeskundigen: de ambassadeurs. De ambassadeurs hebben allemaal te maken gehad met verslaving, schulden of andere problematiek. Het aanbod van Onzichtbaar Den Haag is uitgebreid naar workshops, lespakketten, trainingen en rollenspelen. Het publiek waar de ambassadeurs hun verhaal vertellen is divers en bestaat onder andere uit studenten, ambtenaren en hulpverleners.

“In al onze arrangementen zit een stuk ervaringsgericht leren. Door te ervaren gaan we voelen, dat zorgt voor praten en zorgt voor het delen van kennis, kunde en ervaring. Dit vergroot het perspectief en daarmee de betrokkenheid en medemenselijkheid naar elkaar.”

De ambassadeurs krijgen training en coaching om hun ervaringen professioneel en educatief in te zetten. Vervolgens kunnen de ambassadeurs de studenten en professionals (die werken met en voor een kwetsbare burger) trainen. Zij houden hen een spiegel voor, stimuleren zelfreflectie, maken blinde vlekken zichtbaar en gaan vooral het gesprek aan om van elkaar te leren.

“De ambassadeurs zijn er niet om te vertellen hoe het moet maar om te vertellen hoe zij het hebben ervaren. Wij merken dat het echte verhaal het meeste impact maakt. Na de training gaan de professionals de deur uit met iets waar zij concreet mee aan de slag kunnen: nieuwe professionele inzichten, een frisse blik, een breder perspectief of praktische inzichten en vaardigheden.”

Het levert de ambassadeurs zelf ook veel op vertelt Boy. “Zij doen weer mee, horen er weer bij en ervaren weer hoe het is om van meerwaarde en betekenis te zijn. Het is zonde om al hun kennis op de straat of de sofa verloren te laten gaan.”

Onzichtbaar Den Haag is in korte tijd zelf ook zichtbaar geworden. Er komen steeds meer aanvragen voor trainingen en workshops en ook projecten. “Alles staat natuurlijk nog in de kinderschoenen en de ambitie voor het komende jaar ligt op het verstevigen en versterken van de trainingen, het ambassadeurschap en de marktpositie.”

“De focus ligt nu op het onderwijs, de gemeente, wijkteams en sociale professionals. Maar we willen breder dan dat: iedereen krijgt te maken met kwetsbaarheden, levensproblemen of maatschappelijke vraagstukken. Het zwarte gat van afhankelijkheid of een depressie is een berg aan ervaring om van te leren. En wie weet is er over twee jaar een Onzichtbaar Rotterdam…. en een Onzichtbaar Utrecht… Zodat we continu nieuwe trainingen kunnen ontwikkelen met de ervaringsdeskundigen. Dat is het leuke aan ondernemen, ik zie allemaal nieuwe kansen en mogelijkheden.”

Bekijk hier de website van Onzichtbaar Den Haag.

HaagseZwam

“Iedereen die deelneemt in het arbeidsproces van HaagseZwam verdient een plek die hem of haar toekomt waarbij respect voor elkaar zeer belangrijk is. Ieder heeft zijn eigen talenten en door goed samen te werken ontstaat een fijne werkplek en een mooi eindproduct.”

Oud ICT-manager Annelies Goedbloed liep al wat langer rond met het idee om het roer om te gooien. Twee jaar geleden waagde zij de stap en met succes. HaagseZwam is een duurzame, circulaire en sociale onderneming, gevestigd in de Urban Farm. Er werken zeven mensen bij HaagseZwam die door allerlei omstandigheden zelf minder makkelijk werk konden vinden.

“Al het werk bij HaagseZwam is op te knippen in eenvoudige stukjes werk waardoor iedereen een taak en een rol heeft zonder het gehele proces uit het oog te verliezen” vertelt oprichtster Annelies Goedbloed.

HaagseZwam kweekt oesterzwammen op koffiedik wat met de fiets bij verschillende bedrijven in Den Haag wordt opgehaald. Door het koffiedik van bedrijven te recyclen tot een grondstof voor de kweek van oesterzwammen helpt Annelies deze bedrijven om een steentje bij te dragen aan een duurzame economie.

“Ik bied als kleine onderneming een reikende hand naar grote partijen, ik nodig ze uit zodat ze zien dat het de bedoeling is om een brug te slaan en daadwerkelijk wat te doen. Zij willen dat het koffiedik wordt opgeruimd en ik kan dat bieden, ik voer het uit en zij faciliteren.”

De oesterzwammen worden geleverd aan diverse restaurants en winkels in Den Haag. Van de oesterzwammen laat Annelies ook de steeds populairder wordende Zwambal maken; een bitterbal met een vulling van oesterzwammen. Via de website kun je een speciale growkit aanschaffen waarmee je zelf aan de slag kunt met je eigen mini-oesterzwamkwekerij.

Het streven van HaagseZwam is, om eind van dit jaar 50.000 kg koffiedik te hebben opgehaald bij bedrijven. Hiervoor zijn nog wel nieuwe (grote) bedrijven nodig die een samenwerking willen aangaan met HaagseZwam door het leveren van koffiedik. Dit kan naar wens worden gecombineerd met een bewustwordingsprogramma voor directie, medewerkers en relaties. Ben jij of ken jij dit bedrijf en wil je impact maken? Neem contact op met Annelies voor informatie over de mogelijkheden.

Bekijk hier de website van HaagseZwam.

Eind oktober presenteerde het Sociaal en Cultureel Planbureau een rapport waaruit blijkt dat de helft van de bedrijven niet zit te wachten op langdurig werklozen of mensen met een arbeidsbeperking. Werkgevers zeggen onder andere te weinig capaciteit te hebben voor ondersteuning en begeleiding. Het ontbreekt de werkgevers veelal aan kennis over de mogelijkheden. Grote uitzondering hierop zijn sociaal ondernemers. Zij laten zien dat een bedrijf runnen en maatschappelijke impact maken goed samengaan. De nieuwe regering wil niet voor niets de komende periode inzetten op het ondersteunen van sociaal ondernemers. GreenFox Social Return is een Haagse pionier in sociaal ondernemen.

GreenFox Social Return is een jaar geleden zelfstandig verder gegaan. Van waar deze stap? Sociaal ondernemer Renzo Deurloo vertelt hier meer over op zijn kantoor aan de Saturnusstraat in de Binckhorst.

“De combinatie van verlichting, productiewerk en invulling van Social Return door middel van detacheren bleek steeds lastiger te worden. Wanneer je veel mensen gaat detacheren dan word je een uitzendbureau en val je onder de ABU-cao waardoor je aan andere regels moet voldoen.”

In eerste instantie begint GreenFox met het plaatsen van energiezuinige verlichting door ‘mensen met een voorsprong op de arbeidsmarkt’. Begrippen als afstand op de arbeidsmarkt en MVO gebruikt Renzo niet graag. “Dat zijn nietszeggende containerbegrippen. Iemand met een afstand tot de arbeidsmarkt is iedereen die langer dan drie maanden werkloos is.”

Op den duur pakt GreenFox steeds meer activiteiten op die toevallig voorbij komen zoals productiewerk. Op kleine schaal begint GreenFox daarnaast met de invulling van Social Return voor bedrijven in de bouw en installatietechniek.

“Blijkbaar deden we dit op een goede manier waardoor hier steeds meer vraag naar kwam. Wij investeren ook echt in de mensen zodat ze uiteindelijk terugkeren naar de reguliere arbeidsmarkt. Ze krijgen een contract bij ons, we coachen hen bij het bedrijf waar ze werkzaam zijn en we financieren een MBO 3 niveau opleiding. Na een jaar heeft het betreffende bedrijf de kandidaat goed leren kennen en weet wat hij of zij kan. De kandidaat heeft dan al lang geen afstand op de arbeidsmarkt meer maar kan zelfs kiezen uit banen. Als ik zorg dat ik de medewerkers panklaar aflever bij de werkgever weet ik zeker dat hij of zij uitstroomt. Het is maatwerk.”

“Toen een groot bedrijf vroeg of wij exclusief voor hen de Social Return wilden invullen ontstond er een tweestrijd. Op deze manier doorgaan kon dan niet meer. Er is bijvoorbeeld geen aansprakelijkheidsverzekering te vinden voor een bedrijf dat én in verlichting zit én mensen detacheert.”

Uiteindelijk besluiten Renzo en zijn business partner apart verder te gaan. Dat Renzo niet met de verlichting maar met de Social Return tak verder gaat is een logische keuze. “Ik heb me altijd meer aangetrokken gevoeld tot het detacheren van mensen en het doorstromen van kandidaten.”

De leeftijd en werkervaring van de kandidaten zijn net zo divers als de functies waar zij worden geplaatst. Het gaat bijvoorbeeld om calculators, uitvoerders, operators, huismeesters, werkvoorbereiders en administratief medewerkers.

Renzo merkt dat het begrip ‘sociaal ondernemen’ steeds meer lading krijgt in Den Haag. “Vijf jaar geleden was dit veel minder. Je ziet nu dat steeds meer partijen zich inzetten voor sociaal ondernemerschap. Met succesverhalen moeten we laten zien dat het kan. Een sociale onderneming is dan ook een ‘normaal’ bedrijf alleen je hebt een kleinere marge want je hebt daarnaast ook een maatschappelijke doelstelling waar je geld aan besteedt.”

Over vijf jaar hoopt Renzo in één adem te worden genoemd met de grote uitzendbureaus. “Dat de werkgevers dan allemaal weten dat wij hier iets bijzonders doen en daarbij net zulke goede kandidaten leveren als de anderen, maar dan mét een verhaal.”

Bezoek hier de website van GreenFox Social Return.

De uit Utrecht afkomstige onderneming i-did heeft een tweede vestiging geopend in het Haagse The New Farm. Burgemeester Krikke verrichtte 31 mei de officiële opening.

De sociale en circulaire onderneming i-did herwaardeert textiele grondstoffen en arbeidspotentieel. Zij maken onder andere hippe vilten tassen van afgedankt textiel zoals oude uniformen, en sinds kort is daar een interieurlijn bijgekomen bestaande uit akoestische toepassingen.

I-did zet zich in voor een wereld waar niemand buitengesloten wordt. 36 mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt zijn met een STiP-baan aan de slag bij de Haagse vestiging. Zij doen hier werkervaring op en vergroten hun zelfvertrouwen door het maken van mooie producten. Het doel is om uiteindelijk door te stromen naar een reguliere baan.

Bij Nelis Company draait het om glasbewassing en gevelreiniging. Impact staat hier voorop. Nelis Company helpt in diverse gemeenten per jaar tientallen jongeren, met weinig tot geen uitzicht op een baan, aan de slag. We spreken met Ian Smeyers, oprichter en directeur. Ian stond mede aan de wieg van de beweging van sociaal ondernemerschap in Den Haag.

‘Sociaal ondernemers gaan vol voor hun doel. Veel hebben het zwaar. Ik heb het ook zwaar gehad. Toch hou ik vast aan mijn missie.’ vertelt Ian, die het glazenwassers vak heeft geleerd van zijn grootvader Nelis.

Het zijn vaak niet de makkelijkste jongeren die bij Nelis Company een vakopleiding volgen, en daarna hun loopbaan kunnen voortzetten met praktijkervaring en certificaten op zak. Velen van hen zaten jaren thuis op de bank of hingen rond op straat. Bij Nelis Company doen zij werknemersvaardigheden en zelfvertrouwen op én ze leren een vak. Om dat te bereiken krijgen de jongeren intensieve begeleiding. Belemmeringen op meerdere leefgebieden, zoals schulden, worden aangepakt.

Waar Nelis Company de ‘harde kant’ is van de sociale onderneming, is werkgelegenheidsproject Stichting Nelis de ‘softe tak’. Stichting Nelis voorziet in de individuele job coaching, in samenwerking met gemeenten en instellingen.

‘Zorg dat je een hele goede balans hebt tussen je commerciële tak, je commerciële product en je softe tak. Vlieg je uit het lood dan ben je, óf te sociaal en krijg je veren in je achterste maar verdien je geen euro, óf je bent te commercieel en dan gebruik je de sociale kant alleen maar als tool om te groeien finn. In mijn ogen zijn er nog teveel bedrijven die zichzelf sociale onderneming noemen, maar eigenlijk gewoon een heel mooi MVO-beleid hebben.’

Een aantal jaar geleden waren de jeugdwerkloosheidscijfers schrikbarend hoog. Door de aantrekkende economie vinden veel  jongeren met een startkwalificatie zelf weer een baan. De jongeren die langs de kant blijven staan zijn lastig te bereiken.

‘Hier is een betere samenwerking nodig tussen de gemeente en sociaal ondernemers. Nu werven we in de meeste gemeenten de jongeren zelf, want werk is er zat!’

Glazenwasser worden is niet de droom van iedere jongere. Met een aansprekende marketingcampagne weet Nelis Company de jongeren aan zich te binden. Niet gamen maar zemen! Met het skatemerk Carhartt wordt een samenwerking opgestart, zodat de jeugd zich trots in de bedrijfskleding van Nelis kan vertonen.

Bedrijven kunnen invulling geven aan hun sociaal inkoopbeleid door diensten af te nemen bij Nelis Company. Daarmee kunnen nog meer mensen aan een baan worden geholpen. Ian neemt initiatief om sociaal inkopen aan te zwengelen:

‘Wij willen samen met een aantal grote bedrijven en organisaties een leergang opzetten voor inkopers, om ze te helpen sociaal in te kopen. Met de opgedane kennis gaan de inkopers terug naar hun eigen organisatie. Ze kunnen daar duidelijk maken dat sociaal inkopen niet veel duurder is, en dat er meer maatschappelijke impact kan worden gemaakt. Daar zit de winst. Grote bedrijven moeten meer in contact worden gebracht met sociaal ondernemers.’

Ian ziet dat er binnen de gemeente vaak sprake is van ‘eilandjes’. Sociaal ondernemerschap wordt niet door elke afdeling omarmd. Hier is nog een cultuurverandering nodig, er is behoefte aan meer kennis en ‘andersdenkenden’ en daar is tijd voor nodig.

 ‘De gemeente zou ook meer samen met sociaal ondernemers in een adviesgroep moeten gaan zitten.’

Hij merkt wel dat er in Den Haag actief wordt gekeken welke kansen er zijn. En sociaal ondernemerschap wordt expliciet genoemd in het nieuwe collegeakkoord. Naast een mogelijke rol van de gemeente vindt Ian dat ondernemers zelf ook een verantwoordelijkheid hebben. Zo juicht hij een initiatief als de Code Sociale Ondernemingen toe.

‘Ik vind dat sociaal ondernemers bereid moeten zijn inzage te geven, in hun winst bijvoorbeeld. Ik ben zelfs bereid om mijn bevoegdheden aan banden te leggen binnen mijn eigen bedrijf, zodat duidelijk is dat de maatschappelijke missie centraal staat. En zodat de gemeente kan zeggen, dat zijn de goede bedrijven, die voldoen aan de code sociale ondernemingen, daar kun je sociaal inkopen. Het wordt tijd dat we niet alleen roepen naar de gemeente maar ook zelf echt iets gaan doen.’

Meer weten? Bezoek de site van Nelis Company.